Auteur: Gijsbert Wolvers
binnenlandredacteur Reformatorisch Dagblad

Jozef is een aantrekkelijke jongeman met een goede baan. Alleen, de vrouw van zijn baas probeert hem te verleiden. Jozef weigert op haar avances in te gaan. Dag in dag uit probeert ze het. Tevergeefs. Op een dag zegt hij weer nee. Ze zint op wraak. Ze rukt hem de kleren van het lijf, gaat in bed liggen en schreeuwt moord en brand. Jozef vlucht, maar Potifar gelooft haar. De gevangenis wacht voor de eerlijke jongeman. Voor járen. De eerste verzonnen verkrachting op schrift.

Niet voor niets begint de Alkmaarse advocaat mr. Chris Veraart zijn deze week verschenen boek "Valse zeden, Valse aangiften in zedenzaken" met dit bijbelverhaal. Het boek bevat forse kritiek op politie, openbaar ministerie, rechters, reclassering en hulpverleners.

Als strafpleiter kwam hij de afgelopen achttien jaar vele gevallen tegen van aangiften van verkrachtingen en seksueel misbruik die niet zo erg waren als ze op het eerste gezicht leken. Of zelfs verzonnen waren.

Op de vroege morgen van 12 april 1988 wordt chef-kok Nico Mandemakers ruw uit zijn slaap gewekt. De Zutphense politie licht hem van zijn bed. De beschuldiging: herhaaldelijke en gruwelijke verkrachting van Thea, de dochter van Marleen, met wie hij een los-vaste relatie had.

Nico is verbijsterd. Hij huilt en schreeuwt zijn onschuld uit. Vier dagen en vier nachten zit hij in een cel van een onbekend politiebureau. Eindeloze verhoren staan hem te wachten. Hij slaapt niet, eet niet en wast en scheert zich niet. Ongeloof en minachting zijn z'n deel.

De chef-kok wordt vrijgelaten op voorwaarde dat hij ter beschikking van Justitie blijft. In de trein naar Zutphen gooit hij het onrecht dat hem is overkomen eruit. De vermoeide medepassagiers knikken. Wat een vreemde man, denken zij. Nico is gebroken. Hij zal nooit meer de oude worden. Zijn leven lang zal hij blijven vechten voor rechtsherstel. En eerherstel.

Haat

Nico krijgt vrijspraak op grond van gebrek aan bewijs. Blij is hij er niet mee. "En die meid dan?" vraagt de man als hij ervan hoort. Hij wil Thea vervolgen wegens smaad. Na veel juridisch getouwtrek en inschakeling van de pers wordt Thea gearresteerd. Honderd gulden moet ze Mandemakers betalen. Als symbool voor het hem aangedane onrecht en smaad. Haar reden voor de valse aangifte: ze haatte "oom Nico".
Ondertussen is oom Nico wel aan lager wal geraakt. Eenmaal verslaafd aan de drank betaalt hij zijn rekeningen niet meer. Financieel zit hij volkomen aan de grond.

Het geval Mandemakers is het voorbeeld van een verzonnen aangifte. Veraart noemt dit een valse zedenzaak. Het andere type van een valse zedenzaak is de mislukte vrijage, waarbij een vrijpartij uit de hand is gelopen en de aangeefster achteraf spijt heeft.

Daarnaast onderscheidt de Alkmaarse advocaat de echte zedenzaken: de ernstige, zoals verkrachting, aanranding, incest, seksueel misbruik van kinderen en kinderporno. Een minder erge categorie is de vrijage met een smet. Daarbij zijn de -bijna altijd mannelijke- 'vrijers' over de schreef gegaan door dwang toe te passen, terwijl er volgens Veraart geen sprake is van verkrachting.

Wouter en Aafke

Wouter (25) en Aafke (20) wonen in een dijkdorp met tweehonderd inwoners. Aafke en broer Theun gaan met de auto van Theun naar een hos- en drinkfeest in het buurdorp. Wouter gaat ook, met zijn vriend Wiebe. Aafke weigert met Theun mee terug te rijden omdat hij dronken is. Wouter en Aafke blijken elkaar heel aardig te vinden. Wiebe rijdt ze naar huis en is getuige van de vrijage. Hij zet ze af bij de schuur van Wouters vader. Daar blijft het stel hangen. Wiebe komt nog een keer vragen waar Wouter blijft, en vertrekt. In de schuur worden de resterende grenzen overschreden.

Naderhand brengt Wouter Aafke thuis. Zij treft haar moeder aan, die net door dronken Theun in elkaar is geslagen, boos omdat zij hem verweet dat hij Aafke niet had meegenomen. Een emotionele moeder en een emotionele dochter. Dochter vertelt wat er is gebeurd. Moeder zegt: "Meid, je bent toch niet verkracht?" De volgende dag komt er familie. Het verhaal wordt aangedikt. Aafke kan niet meer terug. Met tante en moeder doet ze aangifte. Een verkrachting is geboren. Een typisch voorbeeld van een mislukte vrijage, vindt Veraart.

'Slachtoffers' van vermeende zedenmisdrijven doen vaak overaangifte, schrijft de strafpleiter. Achteraf beschouwt de aangeefster de mislukte vrijpartij als een verkrachting. De omgeving ondersteunt dit: familie, kennisen, hulpverleners en... politie en Justitie.

Vurige pijlen

Op deze overheidsapparaten richt Veraart zijn vurige pijlen. Hij beschrijf t hoe welwillende politieagenten bij voorbaat uitgaan van de schuld van de verdachte én kritiekloos de aangeefster geloven: de aangifte is waar.

Met die gedachte in het achterhoofd wordt de verdachte aan de tand gevoeld: Beken nu maar, dan mag je weer snel naar huis. Het verblijf in de politiecel, de emoties, de psychologische druk en tegelijkertijd de vertrouwensband doen de verdachte bekennen dat hij "achteraf wel begrijpt dat hij te ver is gegaan". Dat hij "de signalen van het 'slachtoffer' niet heeft begrepen" en dat hij dwang heeft toegepast. De verdachte mag naar huis. Hij heeft een overbekentenis afgelegd.
De zaak is rond, het politiedossier gesloten en de rechtszaak kan beginnen. Eerst formuleren de officieren van justitie de aanklacht. Te subjectief, vindt Veraart. "Officieren van justitie zijn echte crime-fighters geworden en zijn daar ook trots op. Zij staan steeds minder boven de partijen en kruipen steeds meer in de huid van het 'slachtoffer'", aldus Veraart.
Door al bij voorbaat voor de aangeefster te kiezen en door haar al van meet af aan als slachtoffer te betitelen, neemt het openbaar ministerie (OM) volgens Veraart in veel zedenzaken te snel stelling en manoeuvreert het zich in een positie waaruit het zich niet meer kan losmaken. De aanklacht wordt op papier gezet en verdwijnt in het dossier, richting rechter.

Deze baseert zijn oordeel over de zaak op grond van het papieren dossier: in valse zedenzaken met de overaangifte, de overbekentenis en de aanklacht. Hij heeft zijn oordeel al klaar voordat de zaak begint, zegt Veraart. Met het gevoel van: "De aangifte komt toch niet zomaar uit de lucht vallen?" Vanuit de eenzijdigheid van de 'papieren werkelijkheid' komen veel rechters volgens Veraart tot veroordelingen. En, als ze de zaak niet helemaal vertrouwen, komen er lichte, soms voorwaardelijke straffen uit.

Niet ontmaagd

Wouter wordt door de rechtbank veroordeeld, ondanks het pleidooi van zijn advocaat dat Aafke verschillende keren aan Wiebe duidelijk had kunnen maken dat ze niet gediend was van het gevrij, waar ze zelf ook aan meedeed. In hoger beroep werd Wouter weer veroordeeld.

Aafke had tijdens de verhoren verklaard dat ze door Wouter in het schuurtje was ontmaagd. Later ontdekt Veraart dat dit twee jaar eerder door ene Rick was gedaan. Hij voert in hoger beroep aan dat Aafke op een belangrijk punt had gelogen. De rechters gingen echter voorbij aan haar verklaring dat ze dit even was vergeten en dat het erop léék dat ze in het schuurtje was ontmaagd.

Veraart komt niet alleen met kritiek. Hij lanceert aan het eind van zijn boek vijftien voorstellen voor de verbetering van de behandeling en rechtsgang van zedenzaken. Deze moeten eerst worden gemeld bij vertrouwenscommissies, die onderzoeken tot welke categorie zedenzaak dit behoort.

Alle politieverhoren moeten op de film worden vastgelegd. Dat is een prima bewijs, voorkomt uittypen van het gehele verhoor en voorkomt onjuiste verhoormethoden bij de politie. De advocaat moet worden toegelaten bij politieverhoren, luidt de volgende wens. Politie en Justitie mogen niet als hulpverlener optreden voor het vermeende slachtoffer. Bij zedenzaken moeten de rechtscolleges worden samengesteld uit vrouwen én mannen.

Bom

"Mijn boek is als een bom ingeslagen", vertelt Veraart met enige verwondering in zijn stem. "Het is een steen in de vijver. Gek eigenlijk. Ik heb tien jaar geluisterd en schrijf gewoon net als Carmiggelt alles op. Ik kon niet meer zwijgen over wat ik in mijn praktijk heb meegemaakt. Uit al die gevallen die ik beschrijf, blijkt hoe erg het is als je vals wordt beschuldigd".

Toch is de aandacht niet zo verwonderlijk. Het epistel is een regelrechte aanklacht tegen het eenzijdig functioneren van de rechterlijke macht in zedenzaken, evenwichtige rechters en officieren niet te na gesproken, mensen die door de Alkmaarse jurist met ere worden genoemd.

De strafpleiter relativeert de kritiek op bijvoorbeeld de politie, iets wat in het boek ook naar voren komt. "Rechercheur Vink is geen schoft. Dat is een goede koddebeier. Maar hij voelt zich wel beledigd en in zijn integriteit aangetast doordat ik wijs op de eenzijdigheid in zijn opstelling. Ik vind het boek nogal mild".

Veraart benadrukt dat iedereen serieus moet worden genomen in zedenzaken. "De slachtoffers verdienen respect. Maar wie is slachtoffer? Dat is afhankelijk van het type zedenzaak".

Veraart geeft toe dat zijn boek eigenlijk een aanklacht is tegen het gehele rechtssysteem, hoewel hij dat waardeert in vergelijking met het Amerikaanse systeem met de kruisverhoren in de rechtszaal. De zaak is feitelijk op papier beklonken, vindt hij . "Mensen worden gewoon veroordeeld. Advocaten verliezen 90 procent van de zaken. We slaan onszelf natuurlijk wel op de borst als we een keer een succesje hebben".

Er blijft voorlopig genoeg werk aan de winkel. Drie dagen publiciteit zorgde voor dertien aanvragen van mannen die -voor een deel vanuit de gevangenis- Veraart vragen hun zaak te behartigen. "De valse aangiften verknoeien het voor de echte aangiften. Dat is ten nadele van de échte slachtoffers".

Veraart trekt onterecht aangeklaagden en veroordeelden aan met zijn gespecialiseerde advocatenpraktijk, vermoedt ook dr. J. C. Borst, hervormd gevangenispredikant in Apeldoorn, die promoveerde op zijn pastorale ervaringen met incestplegers. "Als je ten onrechte zit, is dat natuurlijk vreselijk".
Ds. Borst ontmoette tijdens zijn praktijk als pastor in de gevangenissen van Scheveningen, Rotterdam Zutphen en Zwolle slechts één persoon die ten onrechte is veroordeeld. In totaal ontmoette hij tweehonderd zedendelinquenten. "Dat is een half procent. Incidenteel zal dit wel voorkomen". Bovendien hebben echte plegers van seksueel misbruik de natuurlijke afweerreactie door te zeggen: "Ik ben onschuldig". Volgens hem moet de nadruk toch liggen op het belang van de slachtoffer. "Ik ga veel om met incestplegers. Maar ik verdedig ook slachtoffers".

Volgens ds. Borst heerst er nog steeds een stilzwijgen rond seksualiteit. "De verdienste van Veraart is dat zijn boek het taboe op valse zedenzaken doorbreekt".

N.a.v. "Valse zeden, Valse aangiften in zedenzaken", door mr. Chris Veraart; uitgeverij Balans, Amsterdam, 1997; ISBN 90 50 18 386 7; 191 blz.; 32,50.

© Reformatorisch Dagblad, alle rechten voorbehouden